Eigen paard

Setting: zaterdagochtend, negen uur. Samen aan het ontbijt.

[dochter] ‘Mam, waarom mag ik nou eigenlijk geen paard?’
[ik] ‘Hebben we het daar niet al vaker over gehad?’
[dochter] ‘Jawel… maar het kan toch best? In de achtertuin is best plek voor een Shetlander. Die zijn niet zo groot.’
[ik] ‘Túúrlijk schat, maar het is een gezelschapsdier. Kun je er dan niet beter gelijk twee nemen? Kunnen ze slapen in de schuur. En overdag in de tuin grazen. Hoeven wij nooit meer het gras te maaien. Alleen dan moet wel je trampoline weg.’
[dochter] ‘Zie je wel! Het mag van jou, hè!’
[ik] ‘Denk nou even na. Nee dus. Want wie mest de schuur uit? Wie betaalt het hooi en strooi? Wie koopt er een zadel en zo om op te rijden? Wie vertelt je broer dat hij niet meer in zijn achtertuin kan voetballen? Wie geeft de Shets aandacht als jij op school zit? Wie betaalt de hoefsmit en de dierenarts? Wie betaalt het eten? Ik kan je een ding vertellen: je ouders zijn dat niet.’
[dochter] ‘…’

eigen paard[dochter] ‘Wat eet je eigenlijk, mam?’
[ik] ‘Da’s muesli.’
[dochter] ‘Lijkt op paardenvoer.’
[ik] ‘Hinnik.’
[dochter] ‘Mag ik na het eten op je paardje rijden?’
[ik] ‘Pardon?’
[dochter] ‘En je roskammen?’
[ik] ‘Euh, een paardenstaart maken, bedoel je?’
[dochter] ‘Ja! En op je dikke billen slaan!’
[ik] ‘Wat…’
[dochter] ‘YES! Ik heb een paard! Een eigen paard! Joehoe!!!!’


Blogs automatisch in je mailbox? Laat hier je mailadres achter: 


 

 

Nieuw ankertje
Niet vertellen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *