Toerist

Overspannen, diagnosticeert de bedrijfsarts. Onzin, vindt ze zelf. Maar dat vindt ze niet van de stedentrip die hij voorstelt om tot rust te komen.

Een vriend oppert Haarlem, daar is hij eens geweest. Geweldige stad, vriendelijke mensen, prachtige musea, overal restaurantjes. En vanaf het dakterras van een groot warenhuis zie je de duinen. Je kan de zee zowat ruiken! Wacht, hij heeft nog een reisgids.

Ze meldt zich ziek, boekt een last-minute en vertrekt.

Armoedige flats, vage winkels, graffiti op de muren. Ongure types passeren haar, botsen tegen haar aan, diep weggedoken in hun capuchon. Ze voelt zich niet welkom. Een indringer. Ongewenst. Een koude rilling trekt langs haar rug omhoog.

Ze is moe, wil naar haar hotel. Een hapje eten, plannen maken voor morgen, dan slapen. Waar is die verdomde Oude Groenmarkt?

Gespannen gaat ze verder, het ontkiemende paniekgevoel negerend. Haar dwalende blik op zoek naar een punt dat ze herkent van de foto’s. Niets. Haar ogen worden vochtig, benemen haar het zicht. Ze begrijpt er niets van.

Voetstappen. Achter haar. Halen niet in maar lijken te volgen. Ze versnelt haar pas. Haar hartslag versnelt mee. Passanten kijken de andere kant op, weg van haar. Ze heeft zich nog nooit zo eenzaam gevoeld. Krampachtig trekt ze haar koffer mee. Ze wil gillen, terug naar huis, verdwijnen. Weg van Haarlem, de stad die in niets lijkt op wat haar is voorgespiegeld.

Het lichaam ligt roerloos op de stoep. Het wordt nog een kluif om uit te zoeken wie deze Jane Doe is. Wat ze hier deed.

De agent bukt zich en pakt iets van de stoep. Met een opgetrokken wenkbrauw kijkt hij naar de reisgids in zijn hand, bladert er verbaasd doorheen. Haarlem… waar ligt dat in godsnaam? Hoofdschuddend stopt hij het boekje in een doorzichtige sealbag.


Geschreven voor: Verhalenwedstrijd ‘Gek in Haarlem’, Haarlems Dagblad (maart 2015)

Haas(t)
Hardleers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *