Lekker uit

Vandaag heb ik voor het eerst in tijden weer een rondje hardgelopen. De laatste keer was op vakantie in Denemarken, op 23 juli wel te verstaan. Een maand, vier weken, negenentwintig dagen geleden. Hoe je het ook noemt, gewoon té lang geleden… In het reisverslag dat ik elk jaar tijdens de vakantie bijhoud, had ik nog woeste plannen. Zou ik nog wekelijks minimaal twee keer lopen, minstens!

Ik citeer:

‘Vanmorgen hebben we ons eerste Deense rondje hardgelopen. Gisteren hebben we met de auto al een route vanaf ons huisje uitgezet. Prima te doen, zo op het oog. Tot we vandaag aan de tocht beginnen. Om half tien is het al om te ploffen zo warm. En het zweet gaat nog meer stromen door het vals plat. Want Denemarken is dus helemaal niet plat! Verre van dat, zelfs. Puffend en steunend bereiken we het bosje waar we om zullen keren. Nu gaat het, na eerst nog een flinke klim, alleen nog maar licht omlaag. Maar dan treffen we een volgende tegenstander: de wind.

We hebben het volbracht, 4 kilometer lang. Maar wat een mokerslag, zeg… Eerst douchen maar en dan pas ontbijten. Alleen druppel ik nog steeds als ik mezelf heb afgedroogd. Uit elke porie stroomt het zweet met straaltjes naar beneden. Bêh. Maar het houdt ons niet tegen, hoor! Het plan is en blijft om elke vakantieweek minstens twee keer te lopen. Daar houdt geen vals plat of tegenwind ons vanaf.

Vooral die laatste zinnen, hè, die kloppen van geen kant. Die Deense man met de moker heeft ons hard geraakt, heeft ons een maand stil gelegd, lam geslagen, thuis gehouden…

Tot vandaag dan. Na weken van excuses verzinnen (niet moeilijk gezien de hoeveelheid regen van de afgelopen week) moest het er maar weer eens van komen. Met frisse tegenzin, dat wel. Want om eerlijk te zijn was ik als de dood voor hoe het zou gaan. Conditioneel, spier technisch, mentaal. Zou ik het wel volhouden? Uit voorzorg heb ik een heel kort rondje uitgezocht, van 3 kilometer. Door het bos en langs de herten. Het weer werkt gelukkig ook mee, de zon schijnt zelfs. Alles om mij maar te motiveren.

Maar wat blijkt? Ik heb helemaal geen externe motivatie nodig! De motivatie om te rennen zit van binnen. Want bij de eerste stap buiten voel ik het plezier terugkomen. Ik hoor mijn voeten knisperend neerkomen op het van gemalen schelpen gemaakte bospad, heel regelmatig, heel monotoon, als een soort mantra die me bij elke stap toejuicht. Bij elke pas wordt mijn lichaam wakker geschud. Steeds wakkerder en wakkerder voel ik mij. Alert. Ontwaakt. Mijn wangen raken doorbloed. De poriën gaan open. Mijn neus ook (lucky me). Ik kijk om me heen, naar de zon die prachtig door de bomen heen schijnt. Verbaas me over de ‘regen’ die ik voel als een windvlaag het vocht van de laatste dagen uit de bomen waait. Zwaai naar de herten, de hardlopers, de vogels; met een grote grijns op mijn gezicht. Voel de energie terugkeren, de inspiratie weer stromen… Kortom, na één kilometer ben ik opnieuw verslaafd aan het hardlopen. De laatste twee kilometer loop ik weer als vanouds op wolkjes.

Nee, ik ga geen schema’s vastleggen in mijn agenda. Verplichtingen werken bij mij niet, werken zelfs averechts. Moeten? Hoezo moeten? Van wie? Waarom? Ik ga het anders doen. Een paar keer per week ga ik het beeld van vanmorgen voor de geest halen. Het gevoel weer terughalen, van tijdens het loopje en zeker ook van na het loopje en de douche. Ik weet zeker dat ik dan binnen vijf minuten, in vol tenue, als een hondje bij de voordeur sta te keffen om naar buiten te mogen. Lekker uit!

Lekker uit

Deense selfie, na een helletocht over het Deense vals plat. Zo vals dat we een maand niet meer hebben gelopen…


Blogs automatisch in je mailbox? Laat dan hier je mailadres achter:


 

De twee kanten van de samenleving
Naaldenveld

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *