Breien

breienMijn zoon heeft een nogal ondernemende juf. Klusjes in de klas? Schrijf maar een sollicitatiebrief op de functie van jouw keuze. Moeilijke woorden? Schrijf ze loeigroot op het schoolplein en je vergeet ze nooit meer. En breien? Dat leer je in haar optiek het beste van bejaarden.

Zo komt het dat ik deze vrijdag met 25 tienjarigen richting het bejaardenhuis loop. Pennen steken collectief door de plastic tasjes heen. Knotjes wol rollen over straat. En steken vallen van pennen af. Zonder kleerscheuren maar met herstelwerkzaamheden in menig breiwerk bereiken we de bejaardensoos.

De dames-op-leeftijd zitten al klaar. Ieder aan een tafel in de centrale hal. Zittend op stoel, rolstoel of -lator. Verrassend rustig lopen de leerlingen van groep 7B naar hun eigen – dezelfde als vorige week – breihulp, gaan zitten en pakken hun breiwerkje. Gevolgd door een sereen getik van pennen.

Mevrouw Burger pakt het broddelwerk van mijn zoon. Zelf zou ik het uithalen en opnieuw beginnen. Maar haar 89-jarige vingers starten een zinloze tocht van steken ophalen, gaten vullen en draden afwerken.

Na 10 minuten kijkt ze haar tafelgenootjes aan. Haar handen verdwijnen in haar tas en toveren een rol droge kaakjes tevoorschijn. ‘Jullie willen er vast ook wat te drinken bij. Cola?’ Geschokt kijken de beugelbekkies haar aan. ‘Nou, dan haal ik wel een pak vruchtensap voor jullie’, en ze rolt naar de kleine kiosk. De kinderen kijken mij hulpeloos aan. Dat mag toch niet van juf?

Ook juf ziet haar wegrollen.’Ze gaat toch niet wéér iets kopen, hè’, zucht ze. Ik stel haar gerust en loop naar mevrouw Burger toe, die haar schoot ondertussen vol heeft liggen met sapjes. Als ik haar uitleg dat het niet mag, kijkt ze me verontwaardigd aan. ‘Nee, echt niet’, leg ik uit. ‘Dat is oneerlijk ten opzichte van de andere kinderen.’ Terwijl ik het drinken terug leg in de koelkast, moppert ze: ‘Geen drinken… Wat moet ik dan met ze doen? Zeker alleen maar breien?’

Weer terug bij de tafel pakt ze een fotoboekje. Van haar 89e verjaarspartij. Ze wijst haar vrienden en vriendinnen aan en vertelt zonder gêne over wat ieder van hen onder de leden heeft. ‘Zij werd ineens helemaal kaal. Ja, da’s een pruik hoor!’ Als ze ook nog wil vertellen over haar bezoek aan het ziekenhuis, toen ze op de intensieve zorg lag, verdiept iedereen zich spontaan in zijn of haar breiwerk.

Ik help bij een ander tafeltje zoeken naar een gevallen steek. Als ik weer terugloop, is mevrouw Burger weg. Ik spot haar in de kiosk. Dit keer met een zak snoepjes in haar hand. Die heeft ze alvast opengemaakt zodat ik ‘m niet meer kan terugzetten. Ik laat het er maar bij zitten. Tegen zoveel eigenwijzigheid ben zelfs ik niet opgewassen. En daarbij, ook de andere dames zie ik nu stiekem snoepjes uitdelen.

Tik-tik-tik, is het enige dat ik de komende 10 minuten hoor. En dan opeens is het wel heel erg stil. Ik kijk om en zie een lege tafel! Weg mevrouw Burger. Weg vier leerlingen, waaronder mijn zoon. Even later komen ze weer terug. ‘Ze wilde ons haar kamer laten zien, mam. Op de vierde etage. Luxe hoor, ze heeft een bed en zelfs een eigen keukentje!’ Tja…

Na anderhalf uur breien nemen we afscheid. Zichtbaar enthousiast worden we uitgezwaaid door onze nieuwe vriendinnen. Mevrouw Burger ontbreekt, ze is op haar kamer gebleven. Haar zien we over twee weken weer, als de klas terugkomt om averecht te leren breien.

En ik? Ik wil dan weer mee als begeleider! Want een bejaardenhuis, weet ik nu, is verre van saai. Vooral met zoveel Burger-lijke ongehoorzaamheid.


Blogs automatisch in je mailbox? Laat dan hier je mailadres achter:


 

 

120 woorden
Pubers en kinderpostzegels

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *