Haas(t)

schoenenVertwijfeld keek hij omhoog toen hij de eerste druppel op zijn wang voelde. Vader had hem nog gewaarschuwd maar hij had niet naar hem geluisterd. Hij was nu bijna een echte man, en dan nam je je eigen beslissingen. Daarom had hij vanmorgen bij het krieken der dagen zijn boog gepakt, de beste pijlen met scherpe ijzeren punten in de geitenleren koker op zijn rug gestoken en was – borst vooruit en kin omhoog – richting het bos gelopen. Nog één keer had hij omgekeken. Ze stonden er allemaal; zwijgend en starend. Alleen moeder had schuchter haar hand opgestoken.

De takjes kraakten onder zijn blote voeten maar hij voelde ze niet, daar zorgde de dikke laag eelt voor. Had hij ook maar zo’n laag eelt in zijn maag; de spanning deed zijn buikspieren verkrampen. Wat als het hem inderdaad niet zou lukken? Steeds verder liep hij, verwoed om zich heen kijkend. Als het harder zou gaan regenen, waar het wel naar uitzag, dan zouden ze zich vandaag niet meer laten zien en zou hij in het bos moeten overnachten. Want zonder terugkomen? Hij ging nog liever dood.

Hij had geoefend, veel geoefend. Een appel op een houten paaltje, steeds verderaf. Daarna eenden, dat ging hem goed af want die waren niet zo snel. Net als duiven en kikkers. Een haas was anders. Slank, wendbaar, alert en oh zo snel. Alleen echte mannen konden die neerhalen; met één goed geraakte pijl, precies tussen de bruine, pientere ogen.

Het ging hem nog niet eens zozeer om het man-zijn. De echte beloning waren de schoenen die je kreeg. Dat zachte leer rond je voeten, vastgeknoopt om je enkels met mooie dunne lederen veters. ‘s Winters gevuld met een stug, warm schapenvacht zodat je nooit meer koude voeten zou hebben. Iets van jezelf, alleen van jou. Hij droomde er al maandstonden lang van.

Het regende steeds harder, grote druppels drongen door het dikke bladerdak heen op zijn lange, donkere haren. Hij stond stil, moedeloos, en veegde de natte slierten voor zijn ogen weg. Vader had gelijk, hij was nog maar een jongetje. Hij was nog geen schoenen waard. Beschaamd en teleurgesteld keek hij om zich heen, op zoek naar een schuilplaats.

Plotseling, achter zich een geluid, nauwelijks hoorbaar. Hij spitst zijn oren, voelt zijn hele lichaam tintelen. Voorzichtig tast hij met zijn rechterhand achter zijn hoofd. Zijn vingertoppen voelen de veren en zonder lawaai te maken trekt hij de pijl uit de koker. Met zijn andere hand verplaatst hij de boog naar voor zijn lichaam, zijn knuist stevig om het met vlas omwikkelde handvat. Hij legt aan, trekt de boog strak en voelt de spieren in zijn armen trillen. Dan draait hij zich, gedekt door het ruisende gordijn van water om zich heen, behoedzaam om. Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes, schiet een gebedje richting zijn voorvaderen en richt.


Schrijfkring, mei/juni 2016

Opdracht: Er zijn schoenen gevonden aan een lijk dat is gevonden in veen ergens in Europa. Probeer je een voorstelling te maken van hoe oud deze schoenen zijn. 3000 tot 2000 jaar oud! Hoe moet het zijn geweest om deze schoenen te dragen? Wie was deze persoon? Wat deed hij of zij? Vertel (een deel) van zijn of haar verhaal.

Kikker in je bil
Toerist

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *