boterham met pindakaas

‘Hallo, ik zit bij jou in de klas en wil me even aan je voorstellen. Ik ben een heel gewoon meisje van 6 jaar en doe alles wat jij ook doet. Alleen mag ik niet alles eten. Ik heb namelijk een pinda-allergie. Eet ik iets waar pinda of zelfs maar een spoortje daarvan inzit, dan krijg ik een heftige reactie. Mijn mond begint te jeuken, ik krijg zwellingen in mijn gezicht, knieholtes en armen en ga me heel erg ziek voelen. Het kan zelfs zo erg zijn dat ik buiten bewustzijn raak of heel moeilijk ga ademen, een zogenaamde anafylactische shock. Dan moet ik direct worden geïnjecteerd met de EpiPen, die ik altijd bij me heb, en moet jij gelijk een ambulance voor me bellen. Doe je dat niet, dan kan het heel slecht met mij aflopen en telt de klas niet meer 28 maar slechts 27 leerlingen…’

Elk jaar aan het begin van het nieuwe schooljaar is het weer confronterend om een dergelijke brief voor mijn dochter te moeten schrijven. Om haar klasgenootjes, hun ouders en de leraren op de hoogte te stellen van haar allergie. En bij elk woord dat ik typ, sta ik weer even stil bij de gevaren waaraan zij elke dag is blootgesteld. Want ja, de inleidende tekst klinkt heel dramatisch maar is wel puur de waarheid.

Nu ze nog jong is, heb ik alles zelf onder controle. Ik weet wat ze eet, met wie ze speelt en kan afspraken maken met de ouders en leraren. Op school staat een trommeltje met veilige traktaties. Regelmatig fiets ik nog even bij haar speelafspraak langs met een zakje eigen boterhammen. Omdat ik weet dat de op kinderpartijtjes zeer geliefde Hema-taart voor haar verboden terrein is, neem ik standaard een zakje eigen snoepjes en koekjes mee naar een partijtje. De mensen in de supermarkt herkennen mij hoogstwaarschijnlijk als die moeder die zo uitgebreid alle ingrediënteninformatie bestudeert. En ik heb al contact gehad met menig producent of bakker over het wel of niet aanwezig zijn van pinda’s in hun producten. Tja, zo vind je gaandeweg je weg in het land der pinda-allergie.

Maar kleine meisjes worden groot. En steeds zelfstandiger. Er komt zelfs een tijd dat ze zich tegen hun ouders gaan afzetten. En daar kan ik nu al nachtmerries van krijgen. Doemscenario’s van mijn puberende dametje in een louche kroeg, omringd door mannelijk pinda-etende medepubers en iets te veel alcohol. Bij de ‘kiss of death’ word ik badend in het zweet wakker. Of dan droom ik weer dat ze na haar eindexamen op wereldreis wil naar China, het pindaland bij uitstek waar niemand je begrijpt en de menukaarten onleesbaar zijn.

Gelukkig is ze tot nu toe zeer verantwoordelijk gebleken. Ze stopt nooit iets zomaar in haar mond maar vraagt eerst of ze het wel mag eten. ‘Kan je de lettertjes even lezen, mam? Mag ik het hebben?’ Tot nu toe blijkt mijn angst alleen gebaseerd te zijn op mijn eigen referentiekader, waarin tot voor 6 jaar geleden een pinda-allergie niet voorkwam. Maar voor mijn meisje is het een vanzelfsprekendheid. Ze weet niet beter. Haar hele leven al mag ze geen pinda. Punt. Daar doet ze ook helemaal niet moeilijk over. ‘Mag ik het niet? Jammer, maar dan neem ik wel wat anders.’

Gelukkig heb ik de EpiPen nog nooit hoeven gebruiken en is het gebleven bij galbulten, opgezette lippen en een onbestemd, lamlendig gevoel. Ongeveer 20% van de patiënten groeit over deze allergie heen. We blijven jaarlijks onder controle bij de allergoloog om te testen of zij bij die gelukkige groep hoort. En de medische wereld staat ook niet stil. Wie weet dat er op korte termijn een nieuw medicijn wordt ontwikkeld waardoor die verrotte pinda niet meer levensbedreigend is? Of zelfs iets waardoor ze in de toekomst weer alles mag eten? Ik blijf hopen. En tot die tijd blijf ik trouw jaarlijks informatiebrieven voor mijn dametje schrijven.


Blogs automatisch in je mailbox? Laat dan hier je mailadres achter:


 

 

Brief aan juf
Nationaal schoolontbijt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *