Het was op een woensdag. Ik fietste met mijn kinderen de straat in en dacht in de verte iets te zien liggen. Iets wits, op straat, maar duidelijk was het niet. Er liep iemand op af die het iets omhoog hielp. Het iets bleek een persoon. Snel heb ik de fiets geparkeerd en mijn kinderen naar binnen gelaten. En alsof ik aanvoelde dat ik nodig was, liep ik naar de persoon toe. Een klein, frêle dametje met grijze krullen en een wit vest. Trillend en wankel liep ze in mijn richting.
Op de vraag of het goed ging, zei ze ja. Maar aan het trillen van haar hele lichaam en de hoeveelheid bloed aan haar hand kon je, zelfs als leek, zien dat ze zich groter voordeed dan dat ze zich voelde. En ja, wat doe je dan? Ik heb haar mee naar binnen genomen, een glas drinken voor haar gemaakt en de wond bekeken. Dat zinde mij helemaal niet. Het vel van haar hand lag opengeklapt en daaronder zag je duidelijk haar pezen liggen. Althans, in het ziekenhuis zou ik er pas achter komen dat die witte strepen haar pezen waren. Maar wel wist ik dat een pleister, bemoedigende woorden en een kusje in dit geval zeker niet afdoende zouden zijn.
Ze was op weg naar haar nichtje, daar werd ze over een kwartier verwacht voor het eten. Dus belde ik haar nichtje. Na meerdere mislukte pogingen besloot ik het anders aan te pakken. Ze moest naar het ziekenhuis, helemaal niet naar haar nichtje. Een hechting en medische zorg was nu belangrijker dan eten.
Vastbesloten en een eigenwijze dame op leeftijd negerend, belde ik oppas voor de kinderen en gingen we op weg naar het ziekenhuis. Daar kwam ik er al snel achter hoe ze heette en hoe oud ze was. Mevrouw De B. was geboren op 13 januari 1927, en daarmee de respectabele leeftijd van 84 reeds gepasseerd. Een aantal keren gaf ze aan dat ik ook wel naar mijn gezin terug mocht gaan. Dan nam zij wel een taxi terug. Maar ook ik kan eigenwijs zijn. Ze zou pas van mij af zijn als ik haar bij haar nichtje had afgeleverd.
Over haar nichtje gesproken, die bleek ook ver in de 70 te zijn. Ik had haar ondertussen te pakken gekregen en de situatie uitgelegd. Ze maakte zich zorgen, maar voornamelijk over het eten. ‘Ja maar, ze moet toch wel wat eten’, was haar voornaamste punt. Niets in de trant van: ‘Wat zielig! Ik stap nu in de auto en kom naar haar toe!’ Dus toen de dienstdoende arts vroeg of we iemand voor mevrouw De B. konden bellen die haar op kwam halen, viel het nichtje voor mij wel af. Kinderen had ze niet, en nee, ook geen behulpzame buurman. We konden haar zus bellen, uit Leiden. Maar goed, 84 jaar en dan je oudere zus bellen om je te komen halen leek mij ook geen goede optie. Dus bleef ik bij haar. Terwijl we zus en nichtje met regelmaat telefonisch op de hoogte hielden.
Drie uur hebben we samen doorgebracht. Heerlijk keuvelend over van alles en nog wat. Ze was onderwijzeres geweest op het gymnasium, franse les gaf ze. Maar vakanties in Frankrijk? Nee hoor, veel liever ging ze met een vriendin naar Griekenland. Ze woonde nog helemaal zelfstandig. Ze was ook erg geïnteresseerd in mij en de kinderen. En al waren de omstandigheden niet ideaal te noemen, ik heb mij prima met haar geamuseerd. Je kon echt met haar lachen. Een leuke, lieve dame, mijn mevrouw De B.
Drie verpleegsters, één arts, twee hechtingen en vele hechtpleisters verder stapten we weer in de auto. Ze was dankbaar, dat iemand dit voor een wildvreemde deed. Ook de mensen in het ziekenhuis hadden al dergelijke opmerkingen gemaakt. En toen ik verbaasd aangaf dat ik haar toch niet aan haar lot kon overlaten, zeiden zij dat veel mensen dat wel deden. Pakketje afleveren bij de eerste hulp, en dan snel weer terug naar huis.
Niet om mezelf op de borst te rammen, maar ben ik werkelijk een van de weinigen die het zo zouden aanpakken? Mijn man zou hetzelfde doen, dat weet ik zeker. Maar subtiel navraag bij vrienden en bekenden leert mij dat echt niet iedereen zo zou reageren. Een ambulance bellen, ja. Afleveren bij de eerste hulp, tja. Maar de hele behandeling blijven? Je ziet ze ja zeggen maar nee denken. En om eerlijk te zijn valt mij dat tegen. Vies tegen. Want iedereen wil graag geholpen worden in een dergelijke situatie maar de harde waarheid blijkt dat niet iedereen wil helpen.
Een week later gaat de deurbel. Daar staat ze, mevrouw De B. Met een tas vol lekkere gebakjes als dank. Haar hand geneest goed, morgen gaan de hechtingen eruit. Ze heeft de avond van haar val nog wel bij haar nichtje gegeten. Jammer, biecht ze op, want zo lekker kookt ze helemaal niet…
Ik ben blij haar te zien, al is ze in werkelijkheid nog kleiner en doorschijnender dan dat ze in mijn herinnering was. Ze is weer het hele eind komen lopen want ja, als ze dat niet meer doet komt ze nergens meer. Prima, goed, fijn, ik kan niet anders dan haar gelijk geven. Vasthouden die eigenwijzigheid, mevrouw De B.! Dan doe ik dat ook!
Blogs automatisch in je mailbox? Laat dan hier je mailadres achter:

Wat goed van je, zou ook niet in mij opkomen om te verdwijnen in zo’n situatie.
Krijg hier in de winkel ook regelmatig van die oudere dames, willen ze zware boeken op hun rollator meenemen en laatst eentje met een wikte lars van 90*60cm. Vond ze raar dat we het kwamen brengen…