Teken het maar – een visualisatie-oefening voor (kleine en grote) kinderen

Kinderen zijn net mensen. Ze spelen, lachen, observeren, leren, huilen en ervaren net als grote mensen, alleen dan in miniatuurformaat. Met één verschil: waar volwassenen emoties kunnen herkennen en benoemen*, is dat voor kinderen vaak lastig. Waar komt het gevoel vandaan? Is er iets gebeurd wat het gevoel heeft veroorzaakt? En vooral: hoe zorg je ervoor dat het gevoel niet gaat overheersen? Voor een ouder is dat ook lastig. Want hoe kan jij je kind helpen als je er niet achter komt wat er speelt?

Troost je met de gedachte dat je in sommige situaties niet hoeft te weten wat er precies aan de hand is. Dan volstaat het om het overheersende gevoel te verminderen. Bijvoorbeeld als je kind bang is voor onweer of de hond van de buren. Waar de angst vandaan komt, doet niet ter zake. Je helpt je kind er niet mee om daar met vragen achter te komen. Fijner is het als je je kind helpt om het gevoel de baas te worden. Een methode om dit te doen, is door middel van visualiseren en tekenen.

N.B. Onderstaande visualisatie-oefening is geschikt voor de kleine frustraties in een mensenleven. Voor grotere angsten en heftige gebeurtenissen raad ik je aan andere middelen in te zetten of om professionele hulp in te roepen.

* helaas geldt dit niet voor alle volwassenen. Gelukkig is onderstaande visualisatie-oefening ook zeer geschikt voor grote mensen.

 

Visualiseren – een oefening
1. TEKENEN Wie de juiste woorden niet heeft, is vaak wel in staat zich in een tekening te uiten. Om symbolisch de frustratie, het gevoel of de situatie weer te geven. Het hoeft niet te lijken. Al is het in krassen, poppetjes, woorden of letters. Belangrijk is dat de tekening voor de persoon in kwestie symbool staat voor wat er intern speelt. Als begeleider is het daarom van groot belang geen waarde-oordeel over de tekening te vellen. Een kind dat bijvoorbeeld bang is voor honden, kan een hond tekenen of het woord ‘hond’ op papier zetten.

2. KIJKEN Leg deze tekening vervolgens op verschillende plekken neer en laat je kind ernaar kijken. Hoog, laag, dichtbij of juist ver weg, achter een tafel of op de kast. Vraag elke keer aan je kind wat er gebeurt als de tekening op een andere plek ligt. Observeer hem of haar ondertussen goed. Om bij het voorbeeld van de angst voor honden te blijven, er verandert gevoelsmatig waarschijnlijk wel wat als de tekening met de hond verder weg wordt neergelegd. Of als de ‘hond’ op de grond ligt en je er gewoon overheen kan lopen. Je kan je kind de tekening, en dus de hond, ook laten verfrommelen, verscheuren of mee laten gooien. Of de hond op papier laten aaien. Alles om je kind te laten inzien dat hij het nare gevoel over de hond de baas is.

Boosheid, angst of frustratie zie je langzaam veranderen in verbazing (mag ik dat echt doen?) en vervolgens in een lach. De hond zelf verandert niet met deze oefening, maar wel het gevoel over de hond. Het helpt je kind om in toekomstige situaties een ander gevoel aan te spreken. Een gevoel dat je kind steunt en vertrouwen geeft.

 

Visualiseren – in de praktijk
Afgelopen zomer waren wij met het gezin op vakantie in Oostenrijk. De zon scheen en er was geen wolk aan de hemel te zien. Na al die druilerige dagen besloten we dan eindelijk vandaag dat prachtig, hooggelegen kasteel te bezoeken. Want ja, met helder weer heb je het beste uitzicht. Op de heenweg voelde ik al een minimale verandering in het weer. Een soort elektrische lading die zich langzaam maar vastberaden van de lucht meester maakte. En ja hoor, halverwege de overigens zeer indrukwekkende vogelshow kwam een pikzwarte wolk in rap tempo tussen de bergen door in onze richting. Hoe dichterbij de wolk kwam, hoe harder het ging waaien. En zoals dat in de bergen kan gaan, sloeg het weer om. Alsof het lichtknopje werd omgezet, begon het te waaien, nee: te stormen.

Ik vond het prachtig en imposant maar mijn zoon hield er een totaal andere mening op na. De grote stoere jongen veranderde in een klein hoopje mens. Huilend en bibberend. Hij wilde naar huis. NU. Nee, hij wilde niet meer binnen kijken in het kasteel. Hij was bang en wilde weg. NU, NU, NU! Want ik wist toch ook wel dat hij altijd al bang was geweest voor storm? Zo bedrukt als het weer, zo verbaasd was mijn gezichtsuitdrukking. Nee, om eerlijk te zijn, mijn lieve jochie bang voor storm? Daar had ik de afgelopen jaren niets van gemerkt.

Terug in het huisje heb ik hem apart genomen. Maar, kind als hij is, hij kon zijn angst niet benoemen. En bleef hij maar volhouden dat hij zo bang was voor de storm. Om de vicieuze cirkel te doorbreken, heb ik hem gevraagd pen en papier te pakken en te tekenen of schrijven wat hem zoveel angst inboezemde. Dat ene vel papier stond vanaf dat moment symbool voor zijn angst voor storm en harde wind. Het vel hoog houden voelde niet goed. Begrijpelijk, want daar komt normaal gesproken de wind vandaan. Op de grond was al een veel betere plek, hij zag de wolken van bovenaf en dat gaf hem een gevoel van macht. En mam, als ik de tekening nou eens buiten leg? Dan kan de wind mij helemaal niet meer raken. Slim! Doen! En ga er eens mee gooien? Dan dwarrelt het vel als een veertje naar beneden. Hihi, de eerste dunne lach verschijnt op zijn gezicht. Verkreukel het papier maar. Verbaasde blik van zijn kant, mag dat zomaar? Maar toen hij er ook nog op mocht stampen, kwam de zon op zijn gezicht weer door.

Om eerlijk te zijn weet ik niet of mijn zoon echt bang was voor de wind of dat het voor hem een manier was om weg te komen uit het kasteel, zonder ons voor het hoofd te stoten. Feit is wel dat ik hem na deze dag nooit meer heb gehoord over zijn ‘angst’ voor de wind. Zelfs niet tijdens de winderige Hollandse herfstdagen.


Blogs automatisch in je mailbox? Laat dan hier je mailadres achter:


 

It's all about the money
Je ware leeftijd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *