De ogen van Bustian

Vorige week werd bekend gemaakt welke 50 verhalen doorgaan naar de laatste ronde van de Boekenweek verhalenwedstrijd. Jammer genoeg is mijn inzending, ‘De ogen van Bustian’, niet geselecteerd. Een echte verrassing mocht dit niet zijn aangezien er meer dan 1900 verhalen zijn ingezonden!

Toch heeft het meedoen aan deze wedstrijd mij veel opgeleverd. Ik heb ervaring opgedaan op het gebied van schrijven binnen een maximaal aantal woorden en het houden aan een vooraf vastgesteld thema. Ik heb op mijn digitale boekenplank op mijn iPad een boek staan met mijn eigen naam erop; een heuse en eigen ePub op de plank, dat kunnen niet veel mensen zeggen. Maar het mooiste vind ik nog alle positieve en lieve reacties op mijn verhaal! Van jullie. Dat maakt dat ik voor mijn gevoel de wedstrijd glansrijk heb gewonnen (al mag ik niet met Abdelkader Benali naar Marokko, maar dat terzijde).

Het verhaal is overigens nog steeds te lezen op de website van Nederland Schrijft. Net als de 50 genomineerde verhalen. En ik moet bekennen dat er werkelijk juweeltjes tussen zitten!

Benieuwd naar mijn verhaal? Hieronder kan je het in zijn geheel lezen.

Veel leesplezier!

  

schrijfwedstrijd De ogen van Bustian

De ogen van Bustian

De vakantie is al bijna ten einde als ik hem opeens zie staan. Hij is absoluut niet de stoerste, sterkste of knapste. Maar die ogen… prachtige donkerbruine kijkers. Ze kijken me vanaf de kant van het zwembad onderzoekend aan. Er straalt zachtheid uit en tegelijkertijd iets ondeugends. Nadenkend en intelligent, een tikje weemoedig. Na wat zeker een volle minuut moet zijn geweest draait hij zich om en loopt weg. Liefde kan het niet zijn, ik heb geen woord met hem gewisseld. Maar vanaf dat moment spookt hij door mijn gedachten en scannen mijn ogen onrustig elke hoek van de camping, op zoek naar de jongen met die gekmakend mooie ogen waarvan ik nu nog niet weet dat ik ze vaker zal zien dan me lief is.

Twee dagen later zie ik ze weer, mooier dan in mijn herinnering. Mijn hart slaat op hol als ik, met alle moed die ik in mij heb, zijn richting op loop. Als hij mij ziet, beginnen zijn ogen te glinsteren. Hij klopt uitnodigend op de plek naast hem. Voorzichtig ga ik zitten op het koude beton van de groene pingpongtafel. ‘What’s your name?’ vraag ik hem. Niet-begrijpend kijkt hij mij aan. Ik wijs naar mezelf en zeg ‘Nienke’. Dan wijs ik naar hem. Een onweerstaanbare glimlach breekt door. ‘Bustian!’ zegt hij, en hij pakt voorzichtig mijn hand vast. ‘Ghello… Ninka.’

Het is de zomer van 1990, het jaar dat ik nog 18 moet worden. Voor de eerste keer in mijn leven ben ik met vriendinnen op vakantie in het buitenland. Veel geld hebben we niet dus boeken we een goedkope busreis naar een camping in Umag, Joegoslavië, waar volgens de brochure de zon altijd schijnt. We lenen tentjes, een butagasstelletje en keukengerei. En van mijn ouders krijg ik travellercheques mee, ter plaatse om te wisselen in kuna’s.

We zijn de grens nog niet over of Mirte valt genadeloos voor de charmes van John, met wie ze een paar jaar later trouwt. Dat hij achteraf niet de man is die haar tot de dood en in voor- en tegenspoed trouw blijft, weet ze dan nog niet. John gaat ook naar Joegoslavië, alleen niet naar dezelfde camping als wij. Zelfs niet naar Umag. Samen met zijn vriend reist hij nog één halte verder, naar een stadje zo’n 25 kilometer verderop. In de bus vliegen de vonken eraf. Het verbaast ons niets dat ze afspreken elkaar deze vakantie nog op te zoeken.

Ook Marlien is snel voorzien van een vakantieliefde. Boomlang, blond en Nederlands. Hij en zijn vrienden hebben hun tenten op hetzelfde veld staan als wij. Leuke gasten zijn het, stuk voor stuk. We hebben veel lol maar romantische gevoelens? Nee, dat niet.

Dat verandert op slag als ik Bustian ontmoet. Zittend op de pingpongtafel lachen we naar elkaar en proberen we te praten. ‘Where do you come from? I come from Haarlem, in Holland.’ ‘I from Ljubljana in Yugoslavia. No, in Slovenia’. Hij benadrukt het laatste woord, en zijn ogen krijgen een diepere glans als hij het zegt. Ik vind het een vreemde toevoeging maar besteed er verder geen aandacht aan. Die avond zoenen we, zacht en teder. Tot zijn vriend ons stoort. Hij staat op, kijkt mij spijtig aan. ‘You here tomorrow? I here, wait for you Ninka.’ Ik geef hem mijn grootste glimlach. ‘Yes!’ Ja natuurlijk ben ik morgen hier!

De volgende ochtend staat er een bezoek aan John op de planning. Mirte is zó opgewonden dat ze nauwelijks doorheeft dat ik niet mee ga. De anderen vinden het jammer maar het lukt ze niet mij op andere gedachten te brengen. Ze drukken me op het hart rustig aan te doen en snellen vervolgens achter Mirte aan, die al zowat bij de bushalte staat.

De hele ochtend en middag loop ik van de tent naar de pingpongtafel en weer terug. Zonder resultaat, Bustian is in geen velden of wegen te bekennen. Het zal toch niet zo zijn dat hij niet komt opdagen? Ik voel me eenzaam en met de minuut ellendiger. Ik bedenk me dat we helemaal geen tijd en plek hebben afgesproken. Heb ik hem eigenlijk wel goed verstaan? Bedoelde hij echt vandaag? Als hij rond acht uur eindelijk aan komt lopen, is de opluchting van mijn gezicht af te lezen. Verschrikt kijkt hij mij aan. Nee, zo had hij het niet bedoeld! In gebrekkig Engels, doorspekt met Joegoslavische woorden en handgebaren, verontschuldigt hij zich. Hij dacht echt dat we pas in de avond hadden afgesproken. Ik pak zijn handen vast en druk zachtjes een kus op zijn mond. Het is al goed, hij is er nu.

De rest van de avond kan ik mijn ogen niet van hem afhouden. En hij ook niet van mij. Op het rotsstrand van Umag kijken we hand in hand naar de golvende zee, zoenen elkaar en kijken, tegen elkaar aanliggend, naar de ondergaande zon. Het is onze enige avond samen, morgen gaat hij weer naar huis. Naar Ljubljana, in Slovenië. Als hij me ’s nachts bij mijn tent aflevert, kijk ik hem nog één keer diep in zijn bruine ogen. Om ze voor altijd in mijn geheugen te prenten.

Het is een jaar later. De maand juli is halverwege en de Nederlandse zomer doet goed haar best. Als ik de keuken binnen kom, staat de tv aan. Ik loop naar de kraan voor een glas water als de nieuwslezeres iets zegt dat mijn aandacht trekt. ‘… de onafhankelijkheid in Slovenië. In de strijd tussen het Joegoslavische leger en de Sloveense strijders is in de hoofdstad Ljubljana een eerste dodelijk slachtoffer gevallen. De strijd…’ De rest van het verhaal hoor ik niet meer. Als aan de grond genageld staar ik naar het tv-scherm waar een paar prachtige donkerbruine ogen mij aanstaren. Zijn ogen. De ogen van Bustian.

De oorlog in het voormalig Joegoslavië is nog nooit zo dichtbij geweest als toen, in de keuken van mijn ouderlijk huis.


Blogs automatisch in je mailbox? Laat dan hier je mailadres achter:


 

 

Respect
Heerlijk, eerlijk... puberteit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *